+

Parkinformatie

Het Huys ten Donck is omringd door één van de oudste - in Engelse stijl aangelegde - landschapsparken van ons land. Het zogeheten Donckse Bos, van 22 hectare, maar ook het buitendijkse gebied met het natuurgebied de Donckse Grienden, het Donckse Haventje en het Voorterrein (evenementterrein) van 4,5 hectare, maken deze buitenplaats bijzonder, vooral op deze plek zo midden in de Randstad.

Wij willen graag dat echte natuurliefhebbers kunnen blijven genieten van de pracht van het Donckse bos - zoals velen voor ons en hopelijk nog velen na ons dat ook zullen doen. Met een geldige wandelkaart in de hand, wensen wij u veel wandelplezier!

Door Hans Willemstein – onze Tuinbaas:

‘God zal, hoop ik, ons daer bewaren voor rampen, en ons in de nawinter van 1821 weder verenigd en gezond naar den geliefden Donck terug voeren, die toch de standplaats is, alwaar al mijne genoegens vereenigd zijn’.
Zo sprak Otto Paulus in de winter van 1820 over zijn geliefde ‘buiten’, en niets gaf hem meer vreugde dan een zomers verblijf in gezelschap van zijn gezin, familie en vrienden in de prachtige, groene omgeving van zijn Huys ten Donck.

Hij had niet kunnen vermoeden dat zo velen na hem ook zouden genieten van datzelfde ‘buiten’. En dat zij die het nu bezoeken het zullen aantreffen zoals Otto Paulus het tijdens zijn leven heeft gekend, al is menige door hem geplante boom en struik intussen volwassen geworden.

Meer nog dan in zijn tijd is het voor velen die de buitenplaats bezoeken een plek geworden waar men verbaasd is over de rust en ruimte in contrast met de hectiek en bebouwing in de omgeving tussen Rotterdam en Dordrecht. En waar men zich voorneemt; “Hier kom ik nog eens terug met hem of haar”.

De indrukwekkende bomen, de doorkijkjes, de waterpartijen, de vele verschillende bruggen waaronder de ‘vlotbrug’, de spijkerplank en de ‘walvisbrug’ maken het park uniek. De strakke paden in de ‘Franse tuin’ met de vaste plantenborder, de slingerpaden in het ‘Engelse werk’ met de kikkerpoel, de ruïne en de boerenwoning, begeleiden je elk seizoen weer langs nieuwe verrassingen.

De grote waterpartij in het ‘Nieuwe werk’ - nog met de hand uitgegraven in 1815 – met zijn eilandjes en de doorkijkjes naar de weilanden waar in het seizoen de koeien grazen en de hazen ‘rammelen’ is altijd inspirerend. Van mol tot muis, van reiger tot roodborstje; ze laten je weten dat ze er zijn.

De paddenstoelen, de gallen en de verkleurde bladeren in de herfst en in het voorjaar de uitbundige bloei van de duizenden stinseplanten. Van de winteraconieten in januari tot de gulden boterbloem in april; het is een opeenvolging van kleur, zodat je bijna wekelijks de buitenplaats zou willen bezoeken om maar niets te missen.

Net zoals Otto Paulus kun je nu - met een wandelkaart - beleven wat de buitenplaats Het Huys ten Donck met je doet; het raakt je! En als je het ‘buiten’ verlaat, denk je........ja, ik kan me er wel in vinden, daar.....‘Alwaar al mijne genoegens vereenigd zijn’.